Als je gaat bouwen moet je je aan de stedenbouwkundige voorschriften houden. Die zijn vooral gericht op uniformiteit en harmonie met de omgeving. Zeg maar hoe en waar gebouwd mag worden: inplanting ten opzichte van perceelsgrenzen, materiaalgebruik, aantal bouwlagen, vorm van het dak ...
Concrete richtlijnen vraag je aan bij de gemeente waar je gaat bouwen. Zij bezorgen je een stedenbouwkundig attest met alle nodige informatie.
Let wel: een stedenbouwkundig attest geeft geen toelating om te bouwen.
STEDENBOUWKUNDIGE VERGUNNING
Sinds 1 mei 2000 is er een decreet van kracht dat bepaalt voor welke werken een vergunning vereist is. Met uitzondering van een aantal kleinere werken moet je een vergunning aanvragen voor bouwwerken. Bouwwerken mag je ruim interpreteren. Het heropbouwen of verbouwen van een bouwwerk, zowel als afbraakwerken, ondergrondse of verplaatsbare constructies horen daar bij. Verder is een vergunning ook vereist voor het ontbossen, voor het vellen van hoogstammige bomen, voor aanmerkelijke reliëfwijzigingen, voor bepaalde gebruikswijzigingen van de grond (vb. een woning in een landbouwgebied), de aanleg van verhardingen en voor reclameconstructies.
Voor een stedenbouwkundige vergunning en de inhoud van het betrokken decreet contacteer je de gemeentelijke dienst ruimtelijke ordening.