Composteren kan op tal van manieren. Een wormenbak, een compostvat, een compostbak of een composthoop. Afhankelijk van de grootte van je tuin en/of de hoeveelheid keuken- en tuinafval die je verwacht kies je een gepast systeem. In een kleinere tuin volstaat meestal een compostvat, terwijl je bij een grote(re) tuin best gaat voor één of meerdere compostbakken of een composthoop.
•Geen tuin: een wormenbak.
Heb je geen tuin, maar wil je wel je (ongekookt) groenten- en fruitafval composteren, dan is een wormenbak de oplossing. Wormen kunnen gebruikt worden om voedselresten en papier te composteren. De compost die je verkrijgt is voedzamer voor de tuin dan gewone compost. Deze compost kan onmiddellijk door de planten in de moestuin worden opgenomen.De verkregen compost en het percolaat komen ook goed van pas voor je kamerplanten en je balkon- en terrasplanten. Plaats de wormenbak buiten op een beschutte plaats. Vermijd extreme temperaturen (vorst, volle zon). Zet je de bakk toch binnen, kies dan voor een plaats met een gelijkmatige temperatuur, bij voorkeur min. 18°. Stinkt zo'n bak dan niet?. Neenl, de wormen eten alle rottende delen dadelijk op. Zo blijft er niks over om te stinken. Zo begint alleen het voedsel dat aan de lucht is blootgesteld te rotten. M.a.w. de wormen bepalen de snelheid van het verteerproces. Gooi dus nooit teveel voedsel tegelijkertijd in de bak, zodat de wormen alles onder controle kunnen houden.
•Een tuin kleiner dan 300 m2: een compostvat.
Een compostvat is vaak gemaakt van gerecycleerde kunststof. Je kan het o.a. kopen via de gemeente of in een tuincentrum. Let bij de keuze op het verluchtingssysteem, dat van fundamenteel belang is bij het composteren. Het compostvat moet onderaan gaten hebben (niet opzij), waardoor de lucht van onder naar boven kan circuleren. Bovendien kan langs daar het overtollige vocht wegvloeien en biedt het toegang aan alle bodemorganismen (insecten en wormen) die nodig zijn voor het composteringsproces. Het dekstel moet zwaar genoeg zijn zodat het niet wegwaait bij een hevige windstoot, maar moet voldoende lucht doolaten en gemakkelijk hanteerbaar zijn. De meest compostvaten hebben onderaan een schuif. Langs daar kan je gemakkelijk nakijken hoe het met de kwaliteit van jouw compost gesteld is. Ook de kleur van het compostvat is van belang bij het composteren. Kies een kleur die voldoende donker is, zodat de zonnestralen worden geabsorbeerd, evenwel zonder het materiaal uit te drogen. Daardoor wordt de afbraak van het organisch materiaal versneld. Kies een zonnige plek voor je compostvat , zo krijg je binnenin hogere temperaturen wat het composteringsproces gunstig beïnvloedt. Een deksel zorgt ervoor dat het materiaal niet uitdroogt. Best plaats je de geperforeerde bodemplaat niet rechtstreeks op de grond, maar op enkele tegels, een palet of soortgelijk verhoog. Zo kan de bodemplaat niet in de grond zakken en kan er voldoende lucht in het vat komen. Leg onderaan het vat een laag structuurmateriaal: houtsnippers, stro, fijne takjes… Dat verzekert een vlotte luchtinstroom. Meng het groen materiaal (keukenafval, snijbloemen,…) regelmatig met bruin materiaal (houtsnippers, droge bladeren,…). Zorg voor een goede beluchting. Gebruik een beluchtingsstokhiervoor om één of twee maal per week luchtkanalen in het materiaal te maken.
•Een tuin groter dan 300 m2: een compostbak.
Plaats je bak op een luchtige en (half)beschaduwde plaats, dit voorkomt uitdroging. Is de inhoud van de bak toch te droog geworden, besproei dan het materiaal. Wordt de compost te nat bij neerslag, dan biedt een dakje de oplossing. Dit kan al met enkele planken of een golfplaat. Het best werk je met 2 of 3 bakken, zodat je na enkele maanden de inhoud kan omzetten naar een volgende bak. Hierbij vermeng je alle lagen goed met elkaar. Het is voor dit werkje dat het aangewezen is dat de voorkant van de compostbak kan verwijderd worden. Bij het gebruik van meerdere bakken is het aangeraden om de laatste bak van een dakje te voorzien: (half)rijpe compost neemt gemakkelijk water op. Bovendien is werken met een droog eindproduct gemakkelijker.
•Nog grotere tuin: een composthoop.
Een composthoop zet je bij voorkeur op een beschutte plaats zodat uitdrogende wind en (hevige) regen niet te nadelig kunnen werken. Een composthoop opbouwen doe je best met grote hoeveelheden materiaal per keer, dit bevordert het composteringsproces. Om de luchtdoorstroming onderaan te bevorderen, breng je beter eerst een extra laag grof materiaal aan. Beperk de hoogte van de hoop tot ongeveer anderhalve meter. Het is aangewezen om de hoop na enkele maanden om te zetten, zodat een luchtig en homogeen eindproduct verkregen wordt.
•Geen tuin: een wormenbak.
Heb je geen tuin, maar wil je wel je (ongekookt) groenten- en fruitafval composteren, dan is een wormenbak de oplossing. Wormen kunnen gebruikt worden om voedselresten en papier te composteren. De compost die je verkrijgt is voedzamer voor de tuin dan gewone compost. Deze compost kan onmiddellijk door de planten in de moestuin worden opgenomen.De verkregen compost en het percolaat komen ook goed van pas voor je kamerplanten en je balkon- en terrasplanten. Plaats de wormenbak buiten op een beschutte plaats. Vermijd extreme temperaturen (vorst, volle zon). Zet je de bakk toch binnen, kies dan voor een plaats met een gelijkmatige temperatuur, bij voorkeur min. 18°. Stinkt zo'n bak dan niet?. Neenl, de wormen eten alle rottende delen dadelijk op. Zo blijft er niks over om te stinken. Zo begint alleen het voedsel dat aan de lucht is blootgesteld te rotten. M.a.w. de wormen bepalen de snelheid van het verteerproces. Gooi dus nooit teveel voedsel tegelijkertijd in de bak, zodat de wormen alles onder controle kunnen houden.
•Een tuin kleiner dan 300 m2: een compostvat.
Een compostvat is vaak gemaakt van gerecycleerde kunststof. Je kan het o.a. kopen via de gemeente of in een tuincentrum. Let bij de keuze op het verluchtingssysteem, dat van fundamenteel belang is bij het composteren. Het compostvat moet onderaan gaten hebben (niet opzij), waardoor de lucht van onder naar boven kan circuleren. Bovendien kan langs daar het overtollige vocht wegvloeien en biedt het toegang aan alle bodemorganismen (insecten en wormen) die nodig zijn voor het composteringsproces. Het dekstel moet zwaar genoeg zijn zodat het niet wegwaait bij een hevige windstoot, maar moet voldoende lucht doolaten en gemakkelijk hanteerbaar zijn. De meest compostvaten hebben onderaan een schuif. Langs daar kan je gemakkelijk nakijken hoe het met de kwaliteit van jouw compost gesteld is. Ook de kleur van het compostvat is van belang bij het composteren. Kies een kleur die voldoende donker is, zodat de zonnestralen worden geabsorbeerd, evenwel zonder het materiaal uit te drogen. Daardoor wordt de afbraak van het organisch materiaal versneld. Kies een zonnige plek voor je compostvat , zo krijg je binnenin hogere temperaturen wat het composteringsproces gunstig beïnvloedt. Een deksel zorgt ervoor dat het materiaal niet uitdroogt. Best plaats je de geperforeerde bodemplaat niet rechtstreeks op de grond, maar op enkele tegels, een palet of soortgelijk verhoog. Zo kan de bodemplaat niet in de grond zakken en kan er voldoende lucht in het vat komen. Leg onderaan het vat een laag structuurmateriaal: houtsnippers, stro, fijne takjes… Dat verzekert een vlotte luchtinstroom. Meng het groen materiaal (keukenafval, snijbloemen,…) regelmatig met bruin materiaal (houtsnippers, droge bladeren,…). Zorg voor een goede beluchting. Gebruik een beluchtingsstokhiervoor om één of twee maal per week luchtkanalen in het materiaal te maken.
•Een tuin groter dan 300 m2: een compostbak.
Plaats je bak op een luchtige en (half)beschaduwde plaats, dit voorkomt uitdroging. Is de inhoud van de bak toch te droog geworden, besproei dan het materiaal. Wordt de compost te nat bij neerslag, dan biedt een dakje de oplossing. Dit kan al met enkele planken of een golfplaat. Het best werk je met 2 of 3 bakken, zodat je na enkele maanden de inhoud kan omzetten naar een volgende bak. Hierbij vermeng je alle lagen goed met elkaar. Het is voor dit werkje dat het aangewezen is dat de voorkant van de compostbak kan verwijderd worden. Bij het gebruik van meerdere bakken is het aangeraden om de laatste bak van een dakje te voorzien: (half)rijpe compost neemt gemakkelijk water op. Bovendien is werken met een droog eindproduct gemakkelijker.
•Nog grotere tuin: een composthoop.
Een composthoop zet je bij voorkeur op een beschutte plaats zodat uitdrogende wind en (hevige) regen niet te nadelig kunnen werken. Een composthoop opbouwen doe je best met grote hoeveelheden materiaal per keer, dit bevordert het composteringsproces. Om de luchtdoorstroming onderaan te bevorderen, breng je beter eerst een extra laag grof materiaal aan. Beperk de hoogte van de hoop tot ongeveer anderhalve meter. Het is aangewezen om de hoop na enkele maanden om te zetten, zodat een luchtig en homogeen eindproduct verkregen wordt.