Ongeveer een kwart van de warmte gaat verloren via de vloer. Besparen op je energiefactuur kan dus als je goede vloerisolatie voorziet. De dikte van de isolatie is afhankelijk van de ligging van de vloer: op een verwarmde of onverwarmde ruimte.
Zorg ervoor dat isolatie nergens onderbroken wordt en dat de vloerisolatie perfect aansluit op de muurisolatie. Zo voorkom je koudebruggen en bijgevolg warmteverlies, condensatie en schimmelvorming.
Om te isoleren zijn volgende materialen gangbaar:
Geïsoleerde vloerelementen:
- deze zijn aan de onderzijde voorzien van een isolatielaag. M.a.w. in één beweging vloer én vloerisolatie.
- Hebben een lage lambda-waarde en isoleren beter dan isolerende mortels.
Ze zijn minder dik voor dezelfde isolatiewaarde en worden op de uitvullingslaag geplaatst. Op de isolatielaag komt nog nivellerende gewapende chape. Bij gebruik van isolatieplaten moet je wel opletten voor koudebruggen aan hoeken, kanten, rond leidingen, …
- Ook wel PU-schuim genoemd. PUR-isolatie is niet goedkoop, maar heeft een goede isolatiewaarde en wordt naadloos geplaatst.
Dit zijn producten op basis van:
- polystyreenkorrels, gemengd met water en cement. Lage lambdawaarde (maar iets hoger dan polyurethaanmortel) en hoge druksterkte (geen wapening nodig in afwerkingschape).
- polyurethaan: iets lagere lambdawaarde dan polystyreenmortel
- schuimbeton: goedkoop, maar hoge lambda-waarde. Kan eigenlijk niet beschouwd worden als isolatiemateriaal.
- argexbeton (argexkorrels vermengd met beton): draagt bij tot isolerende waarde. Is geen isolatieproduct in de letterlijke zin.
Door de vloeibare plaatsing zet het materiaal zich automatisch rond alle leidingen en sluiten goed aan in hoeken en kanten.